‘Camera Obscura’ (Wroclaw, Polen 2001) bestaat uit een camera obscura die van afvalhout is gemaakt en op een plein is opgesteld.
De camera obscura was van oudsher een hulpmiddel voor schilders om een correct perspectief te construeren. In die tijd was het een modern hulpmiddel dat aan de eisen van de tijd voldeed. Dat is niet meer zo en inmiddels is een camera obscura bovendien nergens meer voor nodig als het over perspectief gaat - wat daarbij als thema in de kunst van onze tijd helemaal niet meer aan de orde is. Om die techniek gaat het hier dus niet, al heeft het er misschien even de schijn van. Aan de andere kant worden we meteen al op dat feit gedrukt doordat deze camera obscura van afvalhout gemaakt is, waarmee de status van het ding als technisch object op dit moment al wordt aangegeven: die is minimaal en het is de vraag of deze constructie het in weer en wind lang zou uithouden. We moeten dus zoeken naar een andere betekenis die toch die van de camera obscura niet verloochent. En inderdaad, ook hier, op dit Poolse plein, is de camera obscura een middel om waar te nemen. In tegenstelling tot wat het geval is bij het traditionele gebruik van de camera obscura is deze voor het publiek toegankelijk, sterker, het is noodzakelijk dat men er binnengaat om te begrijpen wat er aan de hand is:
de inwoners van Wroclaw zien vanuit en door de camera obscura hun vertrouwde plein, maar niet op de vertrouwde manier want hier staat het vanwege de aard van de lens op zijn kop.
De werkelijkheid wordt omgekeerd terwijl je er middenin staat. Waar die omkering vroeger voor de schilder weinig ter zake deed omdat het alleen een mathematisch middel was om ‘realistisch’ perspectief te creëren in een picturale werkelijkheid die uiteindelijk weer gewoon in de normale stand werd gepresenteerd is die eigenschap van de lens hier juist als thema gebruikt, of, liever gezegd, als middel om de werkelijkheid te veranderen. Zo kijkt de bezoeker even met de ogen van de kunstenaar, dat wil zeggen: met ogen van het begin van de eenentwintigste eeuw waarin ‘de’ werkelijkheid niet langer voor lief genomen wordt omdat de definities ervan uit elkaar gevallen zijn, omdat fictie en werkelijkheid door elkaar zijn gaan lopen, met name door media als fotografie, video en fotoshop die letterlijk alles tot werkelijkheid kunnen verklaren. Waarom zou het plein in Wroclaw dan niet met evenveel recht op zijn kop kunnen staan? Het interessante van deze speciale vorm van manipulatie is, naar mijn idee, dat hij zo eenvoudig is en met de meest krakkemikkige middelen tot stand gebracht waarmee het veranderen van de werkelijkheid, het manipuleren van onze alledaagse beelden, zélf tot thema en inzet van het werk wordt. Met een techniek als fotoshop wordt dat juist níet gedaan, dat is typisch een medium waarbij alle sporen (dienen te) worden uitgewist, net als in het uiteindelijke schilderij, het product van de camera obscura, waarin alles weer gewoon rechtop stond. In die zin verwijst het werk naar de geschiedenis van de technologische manipulatie van de werkelijkheid, het geeft met behulp van wat wrakhout en een naar verhouding primitieve lens inzicht in onze manier van kijken en ervaren. Je zou kunnen zeggen dat dit werk op deze manier impliciet een soort deconstructie van manipulatietechnieken als fotoshop vertegenwoordigt. Zo wordt, op een historisch plein in een historische stad die inmiddels tot de moderne tijd en tot de EU behoort, historisch materiaal gebruikt om continuïteit en relativiteit van die manipulaties duidelijk te maken. Dan gaat het werk ineens ook over historie en actualiteit, waarbij de context een niet onbelangrijke toegevoegde waarde is: tenslotte is het nog maar kort geleden dat in Polen iedere werkelijkheid gemanipuleerd werd en op desinformatie van overheidswege berustte in een structuur waarin niets en niemand te vertrouwen viel. In zekere zin is er, zegt dit werk, niet eens zo veel veranderd: weliswaar mogen nu de mechanismen van de manipulatie in het openbaar op een plein worden opgesteld, maar nu zijn er weer andere vormen van visuele manipulatie die we vaak niet als zodanig kunnen herkennen door de verfijning van de technologie. Dáárom heeft het gebruik van dit ouderwetse medium zin, omdat het vanuit een vroeger stadium van de beeldevolutie informatie geeft over desinformatie, de manipulatie van nu manipuleert door die van vroeger er tegenover te stellen en dan blijkt er niet zoveel veranderd.
Daarmee voegt het werk zich ook nog eens in een typisch Nederlandse, didactische traditie: is het niet allemaal vanitas? Tenslotte roept het bouwsel op het plein nog een andere associatie op: die met de poppenkast, een schouwtoneel op klein formaat waar de kinderen om het hardst roepen: “Jan Klaassen! Pas op, achter je!” Alleen is hier de situatie omgedraaid. Het is de kunstenaar die je waarschuwt en om te begrijpen wat hij zegt moet je zélf de poppenkast in. Daarbinnen blijkt de waarschuwing terecht te zijn geweest: alles staat ineens op zijn kop; eenmaal weer buiten komt alles op zijn pootjes terecht, net als bij Jan Klaassen, maar we zijn er wijzer van geworden: alles is niet zoals het lijkt, we zijn erop gewezen.
‘Lucifers Lab’ (Stichting Outline, Amsterdam 2003) is een installatie die bestaat uit drie broeikassen zoals die in de tuinbouw worden gebruikt, maar dan op tafelformaat. Daarin bevinden zich afgietsels van hersenen die van elkaar verschillen door het gebruikte materiaal (gips, epoxyhars etc.) en door hun groeistadium. Het zijn, kortom, hersenen van allerlei aard, soort en vorm.
Sommige geven licht in wat voor het overige een vrij duistere omgeving is. Het geheel is duidelijk een laboratorium, al is het, lijkt mij, een wat krakkemikkig laboratorium waarin hersenen in broeikassen gekweekt worden. Zo doet de wetenschap dat niet. Die kweekt trouwens geen hersenen. Maar de literatuur kent één groot personage dat in zekere zin op een vergelijkbare manier met hersenen omging, graaf Frankenstein uit Mary Wollstonecrafts boek “Het monster van Frankenstein”, dat vooral door talrijke verfilmingen zijn fascinatie tot op dit moment niet verloren heeft. Dat het thema ook nu nog zo populair is hoeft geen verwondering te wekken, integendeel, het is actueler dan ooit. Het onderzoek naar de hersenchemie in verband gebracht met ziekten en gedragingen vordert in hoog tempo terwijl bij iedere ontdekking tegelijkertijd steeds duidelijker wordt hoeveel méér er nog te onderzoeken valt. Net als het hele onderzoek naar het menselijk genoom loopt de wetenschap hier het risico in handen van tovenaarsleerlingen te vallen die tot verkeerde toepassingen zullen overgaan en – dat is de grootste angst – het menselijke van de mens ontkennen om over te gaan tot het kweken van een ‘Übermensch’ (vgl. ‘The Boys from Brazil’). Die angst is van alle tijden en heeft te maken met een soort fight or flight response ten opzichte van de eigen identiteit die in gevaar lijkt. Een veel gebruikt beeld: ‘de mens die voor god speelt’. Daarvoor is de gevallen engel Lucifer een van de oudste symbolen in de christelijke mythologie: vandaar dus Lucifers Lab.
In die zin is dit werk, net als het hierboven besproken ‘Camera Obscura’, van alle tijden en net als dat werk kent het ook een extra actualiteit in de wetenschappelijk/technologische werkelijkheid: het onderzoek naar neurotransmitters heeft bijvoorbeeld opgeleverd dat hele volksstammen op vaak ondeugdelijke gronden aan de Prozac zijn, een van de vele psychotrope middelen die ingrijpen in de neurotransmitterhuishouding en daar veranderingen veroorzaken waarvan de mechanismen grotendeels nog onbekend zijn. Daadwerkelijk wordt daar iets veranderd in de hersenen, ten goede of ten kwade, soms allebei misschien. Frankenstein (als metafoor, we kunnen uit doden nog geen levende mensen maken) is onder ons, sterker: we zijn het zélf! Als we binnen de termen van De Krijgers werk blijven kunnen we zeggen: ook hier wordt de (een) werkelijkheid gemanipuleerd, een ándere perceptie van een werkelijkheid veroorzaakt en wel op een schaal die haast even massaal is als die waarmee de media dat doen. Het kweken van hersenen is een middel tot manipulatie van (de perceptie van) de werkelijkheid. Uiteindelijk kan het een machtsmiddel worden in handen van gek geworden dictators, een slag waaraan het de wereld in oost en west vandaag de dag niet bepaald ontbreekt. Dat is wat Lucifers Lab ons nogmaals laat zien.
En net als eerder de ouderwetse camera obscura werd ingezet om mededelingen met een historische dimensie te doen over het manipuleren van het beeld in het hier en nu, wordt ook hier een traditioneel, schijnbaar onschuldig vehikel gebruikt, dat van de broeikas, die levengevend en voedselbrengend is, de werkgelegenheid bevordert en exportproducten aflevert die van belang zijn voor de economie. Juist die combinatie van onschuld en raffinement, van afvalhout of glas en moderne manipulatietechnieken verleent het werk zijn schurende urgentie én een beeldend vocabulaire dat in dienst staat van een inhoudelijke mededeling. In Lucifers Lab is misschien ook hoop (zoals er altijd hoop is) en die is evenzeer af te lezen aan de combinatie van de titel en het beeld: sommige hersenen in de kassen geven licht; ‘Lucifer’ betekent letterlijk ‘lichtdrager’ en hij werd pas een ‘gevallen engel’ ná die val, wat met zich meebrengt dat er ook een situatie vóór de val bestond en wie weet kunnen de gevolgen van de val ook worden opgeheven met alle nieuwe perspectieven van dien en waarom zou de wetenschap - en de kunst? - ook daarin geen rol spelen? Een andere associatie is die met lichtgevende insecten (de stof die dat licht veroorzaakt heet ‘luciferine’!), van glimwormpjes tot dwaallichten – een associatie die vanuit een letterlijke analogie tussen insecten en hersenen tot metafoor wordt: misschien zijn sommige hersenen (sommige mensen, sommige aspecten van de maatschappij, van de wereld) op weg naar Verlichting – in politieke, psychologische, mystieke en/of emotionele zin – of wijzen zij de weg daarheen. Zolang maar duidelijk is wat er aan de hand is: wanneer we inzicht krijgen in de mechanismen die ons, onze werkelijkheid, onze perceptie van ‘de’ werkelijkheid, onze identiteit, manipuleren zijn we al een stuk wijzer. In ieder geval maakt dit werk opnieuw duidelijk dat er iets broeit en opnieuw zijn we dat thema vanuit verschillende invalshoeken met beeldende middelen behandeld zonder in visuele clichés te vervallen, wat bij dit soort thematiek wel op de loer ligt.








Geen opmerkingen:
Een reactie posten