Taal, maar ook beeld (niet voor niets bestaat het begrip ‘beeldtaal’) is een middel om iets over te brengen. Dat lukt niet altijd, iedere vorm van taal levert ook misverstanden op. Hoe eenduidig kun je zijn? Als je bijvoorbeeld een tekst hebt opgeschreven, zou het dan helpen om die ter verduidelijking daaroverheen nog vele malen te herhalen? Tenslotte wordt de mededeling dan steeds sterker: dit is wat ik bedoel en nog eens en nog een keer. Het resultaat is omgekeerd: de tekst verdwijnt juist, wordt onleesbaar – maar er verschijnt ook iets nieuws, een beeld dat alle elementen met de oorspronkelijke tekst gemeen heeft maar alleen kan bestaan door vernietiging daarvan. De relatie is dus zowel congruent als paradoxaal. Het is ook een proces dat zich in de tijd afspeelt: vormgegeven als een klein boekje zijn alle 32 stadia te zien, als een narratief met een negatieve pointe die dan uiteindelijk uit de oorspronkelijke gegevens toch weer iets oplevert: een nieuwe Phoenix, uit zijn eigen as verrezen.
Licht is nodig om iets te kunnen zien. Een lege projector verlicht vier doorzichtige letters die in de ruimte hangen en maakt hun schaduw zichtbaar op de muur.
De letters vormen, zoals altijd, met elkaar een woord: het woord d A A r. Dat is een ruimtelijke uitspraak: ‘hier’ wordt afstand verlicht en ‘daar’ is per definitie altijd ergens anders. De tekst is dus niet zozeer definiërend als wel paradoxaal: we kunnen het niet over ‘hier’ hebben alsof het ‘daar’ is en andersom, de tekst ontsnapt uiteindelijk steeds, we kunnen hem niet ‘pakken’, we kunnen niet hier en daar tegelijk zijn. Bovendien is in dit werk ‘daar’ een fluïde begrip, het is er niet eens altijd: de letters hangen en daardoor bewegen ze ook waardoor hun volgorde verandert: zo kan het werk een herkenbaar begrip vormen zoals ‘raad’, maar ook niet officieel bestaande woorden zoals ‘rada’ of ‘adar’, die wel vage associaties met andere semantische betekenisgebieden suggereren zonder ze expliciet te maken. Dit werk brengt dus op verschillende momenten verschillende betekenissen over, die niet allemaal aan de ratio van de gekende taal beantwoorden. Dat lijkt mij een metafoor: soms begrijpen we even iets, dan is het weer verdwenen en blijven we achter met minimaal of helemaal geen houvast en dat gaat altijd zo door, het is de menselijke conditie die graag wil begrijpen, ordenen en zin geven, ook als die zingeving uiteindelijk ontsnapt.
Handschrift is iets heel persoonlijks, iedereen heeft een ander handschrift. Daarin kunnen hoogdravende, intelligente teksten worden geschreven, maar ook alledaagse dingen zoals een boodschappenbriefje.
Een verzameling boodschappenbriefjes van onbekenden in een boekje levert heel kleine maar ook intieme portretjes op: het gaat bijvoorbeeld over eten en geen twee boodschappenbriefjes zijn precies gelijk. Ze zien er allemaal anders uit en er staan eindeloze varianten van een basistekst op die niet echt geijkt is maar zowel verwijst naar ruimte en tijd (naar de winkel, boodschappen doen), naar het geheugen (zo’n lijstje wordt opgeschreven om niets te vergeten) als naar het individuele (de keuze van de boodschappen, het handschrift). Soms leest zo’n lijstje als poëzie, altijd misschien. Het is de kleine poëzie van alledag en iedereen, waarop het licht van Vermeer gevallen is, een hommage aan de kleine dingen van het leven die bij de juiste liefdevolle aandacht intieme genrestukken worden, zoals – inderdaad - een meisje dat een brief leest… in het boekje worden ze veilig en discreet gekoesterd en bewaard.
Een serie foto’s functioneert op een vergelijkbare manier, alleen nog diffuser omdat hier al vanaf het begin geen houvast wordt geboden.
Het lijken abstracte beelden maar tegelijkertijd kun je er – zoals in het geval van Leonardo’s muur – van alles aan herkenbaarheid en betekenis in projecteren en bij nadere beschouwing blijken deze beelden ook wel degelijk aan de zichtbare werkelijkheid te zijn ontleend. Minimale details van bijvoorbeeld inderdaad een muur of een andere structuur die iets met architectuur van doen lijkt te hebben zijn uitvergroot en samengevoegd tot een nieuw, al dan niet narratief geheel – een soort boodschappenbriefjes uit een fictief interieur, of misschien ook uit een exterieur. Architectuur, dat brengt mee: ruimte scheppen en omsluiten, ergens verblijven, wonen, leven – van concreet tot intiem en persoonlijk. Eigenlijk zijn deze foto’s ook een soort boodschappenbriefjes, maar dan zonder boodschap, misschien is iedere foto in zekere zin een soort portret van een onbekende of iets onbekends, een heel bescheiden, letterlijke en figuurlijke ‘belichting’ van wat gewoonlijk ongezien en onbesproken blijft: ‘de kracht van het kleine’.







Geen opmerkingen:
Een reactie posten