De plek: waarschijnlijk een soort (lege, verlaten) parkeerplaats in een stad.
De gebeurtenis: een aantal jongeren lopen heen en weer, hebben onduidelijke interacties met elkaar en doen niet veel bijzonders.
Het is een soort hangplek, waar jongeren bij elkaar komen zonder ander duidelijk doel dan daar bij elkaar te zijn omdat er kennelijk niets anders te doen is.
Zo hebben we een niet ongebruikelijk beeld van een plek in de stad waarvan er in alle steden vele zijn. Sterker, we hebben (krijgen) er twéé beelden van en hoewel die beelden onderling verschillen lijken ze nog meer op elkaar: de personages in het ene beeld gedragen zich niet anders dan die in het tweede. De relatie tussen de twee beelden is dus niet narratief of causaal.
Iedere beeldsequentie afzonderlijk is wel narratief te noemen, want er is sprake van beweging die zich in de tijd afspeelt, maar wat wordt er verteld? Ik weet het niet, maar ik zie beide beelden voortdurend veranderen. Nu eens is een beeld flink gevuld met jongens, dan weer lopen ze in groepjes uit elkaar, een enkele keer is het beeld leeg tot er weer iemand in komt lopen. Voor het andere beeld geldt steeds hetzelfde.
Maar wat die bewegingen betekenen is onbekend. Het heeft er wel de schijn van dat er een betekenis is (of dat er meerdere betekenissen zijn), want het lijkt alsof de personages in het beeld misschien wel weten wat ze doen en ook waarom. Maar die kennis wordt niet met de kijker gedeeld en dus zitten we met een bevreemd oog te kijken naar een wereld waarvan de codering ons niet duidelijk is. Het is alsof je naar een commentaarloze documentaire over apen kijkt: totaal onbegrijpelijke chaos waarvan soms een flits doordringt die we (denken te) kunnen volgen om daarna weer in onbegrip terug te vallen, terwijl wat we zien ondertussen wel het leven van een groep is die, weten we, strak hiërarchisch georganiseerd is en waarin alle gedragingen een sociale functie hebben, maar zonder verbale verklaringen kunnen we die niet ontcijferen. Hetzelfde zie je in documentaires over ‘primitieve’ stammen, in momenten uit culturen waarmee we de meeste codes niet delen terwijl we rationeel weten dat er codes zijn en dat mensen uiteindelijk meer gemeen hebben dan ze van elkaar verschillen zodat we ‘hun’ gedrag eigenlijk net zo goed zouden moeten kunnen volgen als dat van ‘ons’, maar zo is het niet.
In deze beelden gebeurt dus weinig begrijpelijks maar we kunnen wel een zekere opeenvolging van spanning en ontspanning voelen, een fluïde atmosfeer waarin van alles mogelijk lijkt: er staat iets te gebeuren, er zou iets tot uitbarsting kunnen komen, de zaak wordt gesust, iedereen is weg, er komt weer iemand het beeld in lopen, dan worden het er meer, er vormen zich groepjes, soms staat de hele groep even bij elkaar, daarna verandert dat weer. We zien het gebeuren als televisiekijkende amateurantropologen en we kijken naar wat onze eigen stad zou kunnen zijn.
Opvallend incongruent is het gedrag (of eigenlijk: de beweging, want gedrag bestaat hier vooral uit beweging) met de plek waar het zich afspeelt. Daar is namelijk sprake van allerlei regelgeving in de vorm van verkeersaanwijzingen. We zien pijlen, een zebrapad, witte strepen in het midden van de weg en zelfs een pictogram van een man in een rolstoel op het asfalt.
In termen van evolutie zou je kunnen zeggen: eerst was er relatieve chaos, daarna organiseerde men zich, werden bepaalde zaken gereguleerd om de boel bij elkaar te houden en een beetje soepel te laten verlopen. Maar hier lijkt de volgorde omgekeerd: op een ondergrond van regelgeving speelt zich gedrag af dat goeddeels driftmatig bepaald lijkt en voor die volgorde als metafoor is natuurlijk ook wel iets te zeggen.
Het geheel is eigenlijk (de uitvoering van) een choreografie: er is een podium, er zijn aanwijspunten, er is een beeldkader en er is voortdurende verandering van de configuratie van de protagonisten, het is een voorstelling en of men nu zonder het te weten ineens zichzelf speelt in een kunstwerk of een ingestudeerd patroon neerlegt maakt niet veel uit: de ordenende geest is die van de kunstenaar die in dit geval orde toont in schijnbare wanorde waarbij rationele verklaring tekort schiet. De kunstenaar is getuige en dit werk getuigt van zijn aanwezigheid bij – en buiten – een ritueel dat hij niet begrijpt maar dat zonder zijn camera nooit zou zijn gezien.
Een schijnbare orde is gecreëerd door niet één maar twee beelden te laten zien, dat lijkt een rationele ingreep, waarbij je zou kunnen verwachten dat die beelden een interactie aangaan, elkaar becommentariëren, een dialectische verhouding hebben zodat ze elkaar verklaren, wat de intelligente beschouwer dan zou kunnen teruglezen.
Maar dat is niet zo. Het tweede beeld toont gelijksoortige beelden, net even eerder of net even later opgenomen dan het eerste beeld en zoals het ene beeld haast niets zegt over zichzelf behalve op antropologisch-existentiële wijze, zo zegt dat ene beeld ook niets over het andere beeld en vice versa en de twee beelden bij elkaar zeggen ook weer niets meer over het geheel. Er is ook geen geheel, er zijn alleen visuele impulsen en veranderingen maar dat zijn fragmenten of gefragmenteerde momenten die alleen zichzelf tonen, wat in al zijn relatieve saaiheid meer dan spannend genoeg is, zowel beeldend als qua onduidelijke, soms wat dreigende, half-agressieve atmosfeer.
De kunstenaar heeft nog een middel ingezet om tot een narratief te komen: beide films zijn verdeeld in veertien korte ‘hoofdstukken’. Dat wil zeggen: er is steeds sprake van een snelle fade-out, gevolgd door een fade-in na een paar seconden zonder beeld en dan wordt dat beeld gewoon ergens al dan niet schijnbaar willekeurig opgepakt zonder dat er sprake is van een plot. Bovendien beginnen en eindigen de ‘hoofdstukken’ van beide films niet tegelijkertijd: wanneer het ene beeld verdwijnt gaat het andere gewoon door en omgekeerd. Met andere woorden: hoewel ze delen van dezelfde choreografie laten zien functioneren de twee beelden tegelijkertijd juist nadrukkelijk onafhankelijk van elkaar. De kunstenaar lijkt ons met de ene hand iets van houvast te geen, een mogelijk instrument tot interpretatie, maar tegelijkertijd neemt hij dat met de andere hand weer terug nog voordat we er iets mee hebben kunnen doen.
Wie lang kijkt – wat aan te raden is – zal op zeker moment merken dat er sprake is van een loop, dezelfde beelden keren terug, zowel op de ene monitor als op de andere, maar ook daar klopt weer iets niet: de ene film is ongeveer een minuut langer dan de andere zodat de combinatie van beelden iedere keer bij het begin van de volgende loop anders is dan de vorige keer zodat een immens aantal variaties ontstaat, wat zich wel laat uitrekenen maar niet ervaren laat staan voorspellen. Ook zo krijgen we niet meer maar minder greep op wat er aan de hand is, niet alleen op wat er toen op die parkeerplaats gebeurde, maar ook op de conclusie daaruit van de stille getuige, op het nu van de kunst.
Je zou kunnen construeren: we kunnen onze ogen niet vertrouwen, ook als ze een technologisch hoogwaardige gedaante aannemen is iedere waarneming nog ongeldig, althans in algemene of feitelijke zin De wereld is niet rond en de boekhouding klopt niet vierkant. We kunnen onszelf, onze codes en ons gedrag niet steeds begrijpen en in dit werk blijven we wat dat betreft met lege handen achter. In die zin doet het werk enigszins denken aan twee getuigenverklaringen over hetzelfde incident: vrijwel nooit kloppen die met elkaar en zeker niet volledig. Zo gaat dit werk ook over de bedrieglijkheid van de waarneming, van de zintuigen, van het intellect dat wil maar niet kan decoderen. Wat is er aan de hand? Het blijft onduidelijk en wordt zelfs steeds onbegrijpelijker naarmate het werk vordert omdat er steeds meer variabelen blijken mee te spelen die aan elkaar afbreuk doen. Kortom, dit werk zegt (ook): we weten het niet.
Maar we kunnen het (het leven, dit werk, een spannende choreografie, gevonden of gemaakt en noem maar op) wel ervaren, we kunnen het wel ondergaan en dan kunnen we iets meemaken, al weten we dat dan niet precies te benoemen. We hoeven niet altijd alles te begrijpen en soms is het goed als een mysterie een mysterie blijft.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten