In de tentoonstellingsruimte is een tweede ruimte gecreëerd
die zo goed als vierkant is en wordt afgegrensd door strak gespannen plastic
van plafond tot vloer. Deze ruimte is dus niet toegankelijk, de kijker kan (en
moet) er wel omheen lopen.
Op het eerste gezicht is onduidelijk wat hier aan de hand is:
wat we zien is een omkaderde ruimte die is volgestouwd met rommel, van alles en
nog wat staat erin, de meest uiteenlopende voorwerpen. Van enige ordening lijkt
geen sprake, er lijkt geen hiërarchie te bestaan tussen de objecten, alles
lijkt even belangrijk of onbelangrijk want de zin van het geheel dringt zich
niet meteen op.
Het hele provisorische voorkomen van het werk versterkt het
gevoel dat we hier met een soort opslagplaats te maken hebben.
Dan zouden we te maken hebben met zoiets als
‘welvaartsresten’ en wil het werk misschien een soort kritiek zijn op de
materiële verzamelzucht van de westerse consument in de eenentwintigste eeuw.
Er bestaan wel meer van dat soort werken, iets anders vormgegeven misschien,
maar met een gelijksoortige betekenis.
Maar bij beter kijken lijkt het daar niet om te gaan: de
vergelijking is oppervlakkig en ongeduldig. Op zijn best is het werk een
vermomming van zijn eigen betekenis in alledaagse termen. Men moet er de tijd voor
nemen, net als voor ieder kunstwerk, om niet in een voor de hand liggende
wegwerpinterpretatie te blijven hangen. Ik vind dat behoorlijk geraffineerd en
ik vind het ook mooi als een werk me dwingt om ‘mijn best te doen’. Er is al zo
veel snelle ‘zapkunst’, dat we maar al te gauw geneigd zijn om alles wat er een
beetje als een rommeltje uitziet ook als zodanig af te doen en snel door te
lopen naar een volgend ding om dat misschien ook weer in een al bekende
categorie te stoppen. Dan bevestigt de oppervlakkige blik zichzelf en wordt het
bekijken van kunst een soort toerisme. Toerisme leert je zelden iets over de
plek waar je je bevindt en kunsttoerisme is een nogal ergerlijk verschijnsel
waaraan we ons misschien allemaal nogal eens schuldig maken: er is te veel
kunst en te weinig tijd.
Mede daarom zijn kleine tentoonstellingen zo belangrijk: wie
zich met één werk in een ruimte bevindt neemt gemakkelijker de tijd om zich
echt met dat werk te verstaan en ook onder het oppervlak te zoeken.
In eerste instantie zien we een verzameling voorwerpen van
uiteenlopende aard, zoals jerrycans, computers, ontvangstschotels,
verpakkingsmateriaal, schragen, een ventilator, een fornuis, technische
apparatuur, een windmolen en nog veel meer. De vraag is dus: wat doen al die
dingen daar bij elkaar, want ze zullen niet zomaar willekeurig zijn gekozen.
Eigenlijk spreekt dat al uit het woord ‘verzameling’: een verzameling is niet
zomaar een hoop spullen zonder richting, een echte verzameling wordt
aangeschaft, ingericht en in dit geval gepresenteerd met een doel – praktisch
of esthetisch – en dat kan alleen met behulp van een ordening en die ordening stuurt uiteindelijk de blik van de
beschouwer.
Dan blijkt dat de hele ruimte zou kunnen worden onderverdeeld
in sectoren of segmenten en dat de opgeslagen voorwerpen per deelruimte iets
van elkaar verschillen. In de meeste gevallen is sprake van een organische
doorloop, de deelruimtes zijn op een enkele uitzondering na niet abrupt van
elkaar gescheiden, ze gaan als het ware in elkaar over – de sfeer verandert,
vergelijkbaar met Europese landen die geen strikte grenzen meer hebben in de
zin van een fysieke afscheiding terwijl het toch als je om je heen kijkt direct
duidelijk is wanneer je nog in Nederland bent en wanneer in België of Duitsland.
De verschillende verlichting van de diverse sectoren benadrukt dit aspect.
Hiermee zijn we al een stap verder dan bij de nondescripte verzameling: het
gaat nu om een meer specifieke compositie, namelijk een verzameling ruimtes.
Eerder dan een neutrale opslagplaats lijkt het hier dan om
een soort werkplaats te gaan, al
wordt in het midden gelaten welk exacte doel die zou kunnen hebben, wat er
precies geproduceerd wordt of zou kunnen worden. Maar het gaat, geloof ik, meer
om het essentiële verschil tussen een statische plek waar alles permanent in
rust verkeert en een dynamische plek, waar dingen tot stand (kunnen) worden
gebracht. Wat dat betreft lijkt het werk dan een momentopname in de tijd te
zijn: nu ziet het werk er zo uit als we het aantreffen maar morgen zou het
anders kunnen zijn omdat er dan iets gebeurd of aan het gebeuren is. Ik bedoel
daarmee niet letterlijk dat de kunstenaar het werk steeds komt veranderen –
hoewel dat in principe niet ondenkbaar zou zijn - en het tijdens de tentoonstellingsperiode
daadwerkelijk betreedt om er iets te ‘vervaardigen’, maar dat hij gekozen heeft
voor deze opstelling die, lijkt mij, voorwaardenscheppend
is en dus de mogelijkheid tot productie impliceert
– het gaat hier om een kunstwerk, om het beeld van een werkplaats en niet om een ‘echte’ werkplaats, net zo min als
het in Ruysdaels Molen bij Wijk bij
Duurstede om een echte molen gaat maar om een schilderij, een kunstwerk.
Een kunstwerk is ook een ‘echt’ voorwerp in de wereld, maar fungeert als verbeelding, als commentaar, als
opvatting, als beeld van een positie in en ten opzichte van de wereld.
Wie de verschillende segmenten van het werk analyseert vindt
objecten uit verschillende betekenisgebieden bij elkaar: voorwerpen die in
combinatie met andere iets letterlijk kunnen maken (zoals de suggestie van een
keuken met een fornuis en een pan, waar dus iets gekookt kan worden), of waar
iets opgevangen kan worden (zoals een windmolen die de wind opvangt die weer
energie geeft waarmee – bijvoorbeeld – het fornuis zou kunnen worden
aangedreven of een ventilator die ook door het vangen van lucht en het omzetten
in wind voor koelte kan zorgen) of die een technologische functie hebben
(schotels waarmee informatie uit de hele wereld kan worden aangeleverd of computers waarop van alles kan worden
uitgerekend of anderszins geformuleerd of ontworpen) en zo is er nog veel meer.
We mogen er dan ook wel van uitgaan dat die segmenten, waarin
zich verschillende zaken kunnen afspelen, met elkaar in enigerlei verband
staan, het lijken deelplekken waar aan verschillende aspecten van een
uiteindelijk gezamenlijk product kan worden gewerkt, waar in verschillende
noodzakelijke processen wordt voorzien – je zou de aanwezige voorwerpen in hun
deelruimtes ook op andere algemene noemers met elkaar in verband kunnen
brengen: basismaterialen, voedselvoorziening, vervoer, kennisoverdracht.
Zo wordt de verzameling ruimtes nader gedefinieerd als een verzameling potentiële
productieprocessen.
Ik moet ook denken aan een Wunderkammer, in oorsprong een vertrek waarin rijke mannen van
aanzien trofeeën uitstalden die ze van verre reizen hadden meegenomen,
voorwerpen van allerlei aard, die ze daar aan hun kennissen en relaties lieten
zien die op hun beurt hetzelfde deden. In de loop van de achttiende eeuw
ontwikkelde zich hieruit het gespecialiseerde kunstmuseum. Het eerste
kunstmuseum dat voor het publiek toegankelijk was, was het Fridericianum in
Kassel.
De verhouding van de verzameling van Van Dierendonck tot deze
geschiedenis is dubbelzinnig: aan de ene kant is de totale verzameling een
kunstwerk, wat verhoudingsgewijs al paradoxaal is en bovendien lijkt de
geschiedenis zich hier om te keren: de elementen waaruit de verzameling bestaat
zijn op zich geen kunstwerken maar alledaagse voorwerpen – een democratisch
soort Wunderkammer, binnen ieders bereik.
Toch is er, vind ik, wel sprake van een soort Wunder, een van de grootste wonderen van
allemaal.
Dit kunstwerk, deze installatie, deze Wunderkammer is als het ware één grote opslagplaats van potentiële energie; anders gezegd: alles lijkt er
in principe mogelijk. Je kunt het geheel in verschillende termen omschrijven:
het zou een laboratorium kunnen zijn, een technisch laboratorium misschien,
maar vanwege de letterlijke onbruikbaarheid van de meeste voorwerpen in hun
huidige staat is het eerder een het laboratorium van een alchimist, die geheimzinnige combinatie van chemicus en mysticus,
die uit ijzer goud maakt, wat in esoterische termen vertaald betekent dat hij
door psychische transformatie van het alledaagse juist dat alledaagse
transcendeert en spirituele verlichting verwerft: de Steen der Wijzen, de
paradijselijke staat, de eenheid met het al.
Ik denk dat deze verzameling het beste gelezen kan worden als
een verzameling grondstoffen – daar is in principe van alles mee te doen. Minder
verheven is de associatie met een drugslab die ook voor de hand ligt (hoewel
drugs ook bewustzijnsveranderend werken) of met een donkere kamer waar in
analoge tijden het beeld kon
opdoemen, ook een soort magie en misschien achteraf wel meer. Ook zou het een
broeikas kunnen zijn waar de verlichting misschien naar verwijst: vierentwintig
uur per etmaal groeien er gewassen en in geval van een kunstbroeikas misschien
ook imaginaire vormen en ideeën. Misschien mag het werk uiteindelijk ook gezien
worden als een krachtcentrale.
In die laatste associaties wordt er energie opgeroepen uit
eigen grondstoffen en kan in feite ieder product worden gemaakt, afhankelijk
van wie aan de knoppen zit – hier ligt dus ook een taak voor de beschouwer,
namelijk dat doen waar deze beschouwer nu in deze tekst mee bezig is: de interpretatie maakt het werk omdat hij
zoekt naar verklarende, zingevende verbanden in wat visueel wordt aangeboden.
Op die manier kent dit werk, dit sjofele partijtje spullen in
een wat terloopse ruimte, geen grenzen – het is volstrekt grenzeloos en
vertegenwoordigt zowel het tijdelijke vanwege de aard van de losse componenten
als de transformatie daarvan tot eeuwigheid, het is zowel technische
handleiding als poëzie: hier kan gestofzuigd worden maar ook water uit de rots
geslagen. Alles is er mogelijk.
En dan vertegenwoordigt de verzameling objecten in laatste
instantie de ingrediënten van de hele schepping, de hele wereld verpakt in
vierkant plastic. Het is van die wereld een verbeelding
en hoe de ‘wérkelijke’ wereld eruit ziet als hij uit dit werk tevoorschijn komt
kan ook de kunstenaar niet weten – het werk levert er alleen de bouwstenen voor
aan, de grondstoffen, het laboratorium, maar iedere kijker heeft zijn eigen
bouwpakket en zal een eigen wereld construeren.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten